Muis

Ik geloofde mijn ogen niet. Vanaf de bank zag ik een klein bruin figuurtje rondscharrelen bij de pedaalemmer. Daar liep een muis! Hij schoot weg toen ik erheen liep en was verdwenen. Even twijfelde ik, had ik dit echt meegemaakt? Want hoe kwam een muis in mijn appartement tweehoog? Was hij binnengekomen via de ruimte achter een keukenkastje, of via de afvoer van de gootsteen?

Ik sprak mijn kat erop aan. Mevrouw de Wit werd immers als kat geacht preventief te werken op muizen in huis en ze zo nodig te vangen. Ze keek me glazig aan. Hoezo een muis? Niks gezien hoor.

Een paar dagen later werd ik ‘s nachts wakker van gestommel in de huiskamer. Wat gebeurde daar toch? In het het donker en zonder bril ging ik poolshoogte nemen. Mevrouw de Wit zat bij de deur naar de grond te staren. Ik kon niet zien waar ze naar keek.

Toen ik mijn bril had gehaald en het licht aandeed, schoot een bruin beestje via de gang een andere kamer in. Ik gilde van schrik en schaamde me meteen voor mijn stereotiepe vrouw-ziet-muisreactie. Ik ben niet eens bang voor muizen.

Het duurde lang voor ik weer in slaap viel. Ineens zag ik in gedachten een muis door het donkere huis wandelen. Ik hoopte dat hij uit zichzelf weer zou vertrekken.

De volgende dag had ik ‘s middags een belafspraak met Ziggo. Mijn wifi lag er al uren uit en ik kreeg hem niet meer aan de praat. Ik had de stekker al een paar keer in en uit het stopcontact gedaan om het systeem opnieuw op te starten, maar dat hielp ook niets. De router was misschien kapot.

De Ziggo-medewerkster begeleidde mij vriendelijk in het zoeken naar de oorzaak. Ik voerde op instructie allerlei checks uit en moest ook gaan kijken bij de router op de vensterbank.

‘Knipperen er groene lampjes, mevrouw?’

‘Nee, er knippert niks.’

‘Branden er wel andere lampjes?’

‘Nee, geen enkel lampje.’

‘Hm, ik zie dat de router al best oud is, ik denk dat hij stuk is.’

Op dat moment kwam Mevrouw de Wit achter het kastje bij de router vandaan. Uit haar bek hing een muis. Ik zag twee achterpootjes en een staartje. De kat had een vreemde blik in haar ogen. Ze was ineens een roofdier in plaats van een sullige huiskat van bijna twaalf.

‘Sorry, ik word even afgeleid, mijn kat heeft een muis in zijn bek,’ zei ik tegen de medewerkster.

‘O jee,’ zei ze. ‘Wat eng.’

Mevrouw de Wit legde de muis op de grond en ging ernaast zitten. Het was een klein, bruin veldmuisje, de vacht van zijn nekje was verfrommeld en vochtig van de kattenbek. Hij bewoog niet. Hij was vast dood. Wat moest ik doen?

‘Hij beweegt niet meer,’ zei ik tegen de Ziggo-medewerkster. ‘Ik bel straks wel terug, ik moet eerst een dode muis opruimen.’

‘Ik stuur u wel een nieuwe router,’ zei ze. ‘Dat kost u niks en dan werkt alles weer goed.’

‘En sterkte met de muis!’

‘Dank u wel,’ zei ik uit de grond van mijn hart.

In korte tijd hadden we iets opgebouwd.

Net toen ik bedacht dat ik de dode muis zou kunnen opvegen, bewoog hij. Direct pakte Mevrouw de Wit hem weer in haar bek. Ze nam hem mee naar haar kartonnen doos in de hoek van de kamer en legde de muis naast zich neer. De muis hield zich ook nu instinctief dood, wie weet kon dat haar redding zijn.

kat en muisMevrouw de Wit zat wat sullig samen met de muis in de doos. Wat moest je eigenlijk doen met zo’n prooi? Honger had ze niet en ze hield eigenlijk alleen van brokjes.

De muis wist ook niet hoe het verder moest.

In een helder moment bedacht ik dat dit mijn kans was. De muis kon nu gered worden!

Ik joeg Mevrouw de Wit uit de doos, tilde deze snel snel op – ik kreeg acuut kippenvel van de stress – en zette de doos met muis en al op het balkon. Balkondeur dicht, kattenluikje dicht, klaar!

Mevrouw de Wit kwam aanlopen en zag mij op het balkon staan.

Na na na na na, dacht ik.

Het kleine, bruine muisje kroop verfomfaaid weg in een hoekje van de doos en probeerde onzichtbaar te zijn. Wat een leven, wat een doodsangst. Twee keer in een kattenbek, twee keer ontsnapt aan de dood.

Ik besloot een timeout te nemen om een vervolg-reddingsplan te bedenken. De natuur zijn gang laten gaan liet ik liever aan anderen over. De muis moest weg.

Binnen keek Mevrouw de Wit verbaasd om zich heen. Waar was haar muis gebleven? Ze snuffelde overal, ze was hem kwijt. Na een minuut of tien gaf ze het op en ging brokjes eten.

Toen Mevrouw de Wit de muis alweer vergeten was en zat te soezen op de vensterbank, haalde ik de doos van het balkon. Het muisje zat nog steeds stil in een hoekje. Ik legde uit wat we gingen doen en bracht hem naar het parkje aan de overkant. Ik hield de doos schuin boven het struikgewas en ineens kwam de muis tot leven. Hij sprong uit de doos en verdween meteen in het groen.

‘De muis is verhuisd,’ zei ik tegen Mevrouw de Wit. ‘Hij woont nu in het parkje.’

Mevrouw de Wit vroeg niet door.

‘s Avonds vertelde ik mijn man alles over de muis en over de nieuwe router die zou worden opgestuurd. Hij keek achter het kastje.

‘Geen wonder dat de router het niet doet, de voedingskabel ligt los,’ zei hij.

Ik wist niet wat een voedingskabel was en voelde me ineens heel erg een vrouw.

Mijn man sloot de kabel weer aan en de router werkte meteen als een zonnetje.

De lampjes knipperden vrolijk.

Het nachtelijk gestommel waar ik van wakker was geworden, kreeg ineens een nieuwe betekenis. Ik begreep nu wat er was gebeurd: de muis had achter het kastje bij de router verstopt gezeten, daar had Mevrouw de Wit hem geprobeerd te vangen en daarbij had ze de voedingskabel losgetrokken!

Ik sprak mijn kat erop aan. Ze verwees me naar Ziggo.

5 gedachten over “Muis”

Plaats een reactie