Over Christine

Schrijven is vanaf mijn kindertijd mijn lust en mijn leven.
Ik schrijf fictie en non-fictie (voor volwassenen en kinderen),
maar ook gedichten, columns, blogs en wat er verder op mijn pad komt.
Een leven zonder woorden kan ik me niet voorstellen.

Ik geef lezingen, gastlessen en workshops
over mijn boeken en over de thema’s die daarin ter sprake komen,
zoals mantelzorg en niet-aangeboren hersenletsel (NAH).

Jeugd

Ik ben geboren en getogen in Enschede (1957). We waren thuis met ons vijven, mijn vader was arts en mijn moeder fysiotherapeut. Ik leerde mezelf lezen toen ik vier jaar was en heb in mijn jeugd zowat alle boeken gelezen uit de bibliotheek, ik vond het daar een waar paradijs.

Vanaf het moment dat ik een pen kon vasthouden, begon ik met schrijven. Gedichtjes, versjes, sprookjes, ik was er altijd mee bezig. Ook vertelde ik mijn broer en zus verhaaltjes, bijvoorbeeld over Krentje. Aan het eind van het verhaal werd hij altijd opgegeten.

Sinds mijn kindertijd ben ik nooit meer met schrijven gestopt.

Schrijven

In 1992 verscheen mijn eerste kinderboek: Het oor van Leonoor. Ik schreef het boek omdat ik voor mijn dochter van 4 geen boek over buisjes plaatsen kon vinden. Ik besloot het zelf te gaan schrijven en stapte met het verhaal naar een uitgever. Dat was het begin van de medische kinderboekenserie ‘De Ziekenboeg’, die uitgroeide tot 16 titels (en diverse herdrukken).

Ik had de smaak van schrijven voor kinderen te pakken en schreef nog 5 andere kinderboeken, o.a. voor beginnende lezers. In totaal schreef ik 21 kinderboeken.

Mijn eerste boek voor volwassenen kwam uit in 2010. Ik wilde schrijven over de ingrijpende gevolgen van een beroerte en over de mantelzorg voor mijn zieke moeder, die ineens in een verpleeghuis terechtkwam. Dit werd Mijn hoofd is hol, dat door verschillende verpleeghuizen aan hun medewerkers cadeau werd gedaan. In 2011 verscheen een tweede druk.

In mei 2019 is ‘Klap’ verschenen, een autobiografisch en persoonlijk verhaal over de gebeurtenissen na een auto-ongeluk dat mij in 2014 overkwam; de oorzaak was een appende automobilist. Door hersenletsel kon ik mijn oude, dynamische werk niet meer oppakken en moest ik een nieuwe vorm vinden. Het kostte me drie jaar om het boek te schrijven – mijn andere boeken schreef ik ‘even’ in de avonduren naast mijn dagelijks werk –  maar het is gelukt 🙂

Schrijven blijf ik altijd doen, of het nu gedichten, liedjes, blogs, columns of boeken zijn. Schrijven hoort gewoon bij mij.

Studie en werk

Na de middelbare school vertrok ik naar Groningen om Slavische Talen te studeren. Drie jaar later vertrok ik naar Den Haag, deed Schoevers en werkte eerst als secretaresse en daarna als redacteur bij de landelijke organisatie van openbare bibliotheken NBLC, nu de Vereniging van Openbare Bibliotheken.

Ook richtte ik mijn eigen bedrijf Christine Kliphuis Communicatie op.

In 1992 koos ik voor het communicatievak en stapte over naar de gezondheidszorg. Ik werkte vijf jaar als hoofd voorlichting van een ziekenhuis en later bij een stichting van verpleeg- en verzorgingshuizen.

In 2003 ging ik aan de slag als communicatieadviseur bij een GGD. In die tijd volgde ik ook een opleiding tot mediator en ik werd parttime klachtenbemiddelaar in de zorgsector.

Door een auto-ongeluk in 2014 moest ik de bakens verzetten en nieuwe wegen zoeken.

Tegenwoordig ben ik vooral actief als schrijver, spreker en individuele schrijfcoach. Ook ben ik proefpersonenlid van een medisch-ethische toetsingscommissie.

Zie ook mijn profiel op LinkedIn en Woordkunstenaars

Achtergrond - over die begintijd

Hoe is De Ziekenboeg begonnen?

Toen mijn dochter Annika vier jaar was, moest ze naar het ziekenhuis voor een operatie: ze kreeg buisjes in haar oren. Ik wilde haar uitleggen wat er ging gebeuren en zocht daarvoor een boek. Toen ik merkte dat zo’n boek niet bestond, ben ik eerst boos geworden en daarna ben ik zelf Het oor van Leonoor gaan schrijven.

Uitgeverij Sjaloom in Amsterdam vond het een leuk boek en wilde het op de markt brengen. Ook vroegen ze of ik voor hun nog meer boeken over ziek zijn wilde gaan schrijven. Dat was het begin van de serie De Ziekenboeg.

In totaal heb heb ik zestien boeken geschreven voor de serie De Ziekenboeg.
In 2012 is de serie overgenomen door Uitgeverij De Vier Windstreken.

 
Waarom ben je De Ziekenboeg Extra gaan schrijven?

Veel gezonde kinderen – en grote mensen – begrijpen niet hoe het is om met een chronische ziekte te leven, een ziekte die er elke dag is en die niet overgaat. De Ziekenboeg Extra is vooral bedoeld om andere kinderen, zoals broertjes en zusjes of klasgenoten, beter te laten begrijpen wat dat betekent. Wat is er anders in je leven als je een chronische ziekte hebt, wat maak je mee en hoe voelt dat?

Hoe schrijf je een boek over ziek zijn?

Eerst wordt afgesproken waar het boek over zal gaan, dat gebeurt samen met de uitgever. Daarna praat ik met dokters en andere deskundigen, die verstand hebben van het onderwerp van het boek. Want ik moet de ziektes natuurlijk wel goed begrijpen, anders kan ik er niet over schrijven of uitleggen wat het voor ziekte is. Ook lees ik er zelf een hoop over. Verder praat ik met kinderen en ouders die zelf zo’n ziekte of operatie hebben meegemaakt om te begrijpen hoe het voelt om met zo’n ziekte te leven. En soms heb ik het zelf ook meegemaakt, dus dan weet ik hoe het voelt.

Als het verhaal af is, wordt het nagelezen door de dokter waar ik mee heb gepraat. Voor de ouders staat achterin het boek nog extra informatie over het onderwerp van het boek. Dat wordt ook goed nagekeken door de dokter.
De naam van de dokter die mij heeft geholpen, staat altijd voorin het boek. Dat vinden ze meestal erg leuk.