Gedichten

Vanaf mijn kindertijd schrijf ik gedichten.
Rijmend of losjes, grappig, droevig of filosofisch,
beeldend of juist een sfeertekening.
Een gedicht brengt me naar de kern:
veel zeggen in weinig woorden.

Bel

Als onze lichamen
Rustig samen
Liggen te liggen
Onze warmte
In elkaar overgaat
De tijd schijnbaar stilstaat
Gaat de bel
Snel
Sta ik op
Nieuwsgierig als ik ben
En? vraag je als ik terugkom
Ach
Zeg ik met een glimlach
Ze kwamen de liefde brengen
Maar ik had hem al.

Hangvolwassenen

Langs de weg met
kantoorgebouwen
zie ik overal
hangvolwassenen.

In hemdsmouwen
of in mantelpak
staan ze te kleumen,
tevergeefs steun zoekend
bij elkaar.
Het enige dat ze delen
is de rook.

Katten

Wat gaat er in hun kopjes om?
Zijn ze heel slim of juist heel dom?
Ze springen dwingend op je schoot
Wassen nonchalant een poot
Strijken vleiend langs je been
Kijken broedend door je heen
Liggen languit op je bed
En wil jij erin, dan merk je het:
De baas in huis, dat is de kat
Jij bent hun mens, en dat is dat.

Opgebroken stad

(Dit gedicht staat ook in mijn boek ‘Klap‘)

Zinloos verlang ik naar wat vroeger was
Naar de wereld van verschil
Waarin lichaam en geest
Feilloos samenwerkten
Waarin de dag bestond uit
Nog even dit en nog even dat
Zonder dat de accu haperde
Waarin slapen leidde tot uitrusten
En schijnbaar alles lukte
Zelfs de zon scheen altijd
Zoals in elke mooie
Herinnering

Lees verder

MH17

In een sombere Hercules
Zoveel eerder dan gedacht
Worden ze teruggebracht
Niet met foto’s en verhalen
Niet met souvenirs en koffers
Maar als slachtoffers
Van verkeerde tijd en plaats
Van weerzinwekkende willekeur
Van macho-terreur
In wanhoop wordt op hen gewacht
Doodstil is hun laatste vlucht
Door dezelfde blauwe lucht

 

23 juli 2014
Dag van nationale rouw

Strand

Voor mij geven zich de golven
Aan het dorstig wachtend strand
Met voeten onder zand bedolven
Verwelkom ik ze op het land

De zeewind fluistert in mijn oren
Met speelse ongedwongenheid
En laat me zachte stemmen horen
Uit een lang vervlogen tijd

De branding ruist en ik dein mee
Op haar eeuwige geluid
Terwijl ik plak van zout en zee
En zon brandt op mijn blote huid.

Waar zijn de golven ooit begonnen
Die hier verdwijnen in het zand
Hun druppels door de zee ontgonnen
En nu gestorven op dit strand.

Heesselt

Aan het eind van de tuin
Verbinden de groene
Uiterwaarden
Mij met de Waal
Waar in de verte
Schepen voorbijgaan
In stille files

Voor mij wiegen rietpluimen
Rustgevend heen en weer
De bladeren van de bessenstruiken
Ritselen knisperend
Ze fluisteren in de wind
Achter mij staan langs de dijk
De populieren
Stram maar toch soepel
Zij zien al jaren alles

Lees verder

Luchtballon

Ik ben de wind
In mijn luchtballon
Zachtjes zweef ik
Tussen aarde en zon
De gasvlam brult
En verwarmt de lucht
De ballon stijgt verder
En vervolgt zijn vlucht
Beneden zie ik
Het aards gewoel
Ik glimlach met een
Vertederd gevoel
Mensen en dieren
Wat zijn ze klein
Zouden ze weten
Hoe nietig ze zijn?
Ze rijden met autootjes
Over weggetjes
Ze wonen in huisjes
met tuintjes en heggetjes
Ik hoor honden blaffen
En zie mensen zwaaien
Ze vinden het leuk
Dat ik aan kom waaien
Ik kijk met mijn helikopterblik
En weet zeker:
Het middelpunt ben
Ik

Autopuber

In zijn zwarte Golf GTI
Zit hij onderuitgezakt
Achter de getinte ramen
Zijn billen trillen door het geronk
Van de dubbele uitlaat
Of komt het door de boxen
Die hem zo lekker laten stuiteren
In een wolk van geluid?
Eén hand hangt losjes over het stuur
Rijden is genieten
Het is karten in het kwadraat
Het is spelen met snelheid
En met de andere auto’s
Die als slome slakken
Op het asfalt kleven.
Onkwetsbaar voelt hij zich
Met een vanzelfsprekendheid
Die bij zijn leeftijd past
Sommige anderen
Willen niet spelen
Ze geven hem geen ruimte
De testosteron bestuurt zijn voet
En als vanzelf
Haalt hij rechts in
Want de weg is van hem:
De autopuber.

Afdruk

Als je auto om de hoek
Is verdwenen
Met de zwaaiende arm
Door het opengesperde raam
Blijft in het straatbeeld
Nog even de afdruk zichtbaar
Van je aanwezigheid
Ik blijf kijken
Naar waar je net nog was
Totdat het gewone leven
Het terrein weer overneemt
En een auto mij bijna
Van de sokken rijdt
Omdat ik je midden op straat
Sta uit te zwaaien.

Avond aan het meer

Stilte valt over het
Leekstermeer
De wind gaat liggen
Voor vandaag
Nog even rimpelt het water
En dan kabbelt het alleen nog
Rustig naast het riet
Af en toe nog even verstoord
Door een late zeiler
Die de haven binnensukkelt
Zonder wind
De eenden rusten al
Morgen weer vroeg op
Maar de zwaluwen
Pikken nog hun laatste
Insecten uit de lucht
In hun razendsnelle vlucht
Vanaf het terras
Bij Cnossen
Na een diner van saté
En mosselen met witte wijn
Zie ik nog wat kinderen zwemmen
Hun klaterend gelach
Is van alle tijden
Ze genieten nog even
Tijdloos in hun moment
Voordat ze echt
Moeten gaan slapen
Moe en warm
Van deze zomerdag.

Wil je een gedicht overnemen of ergens anders publiceren? Dat mag, maar alleen als je mijn naam erbij vermeldt.