Opgebroken stad

(Dit gedicht is ook opgenomen in mijn boek ‘Klap’)

Zinloos verlang ik naar wat vroeger was
Naar de wereld van verschil
Waarin lichaam en geest
Feilloos samenwerkten
Waarin de dag bestond uit
Nog even dit en nog even dat
Zonder dat de accu haperde
Waarin slapen leidde tot uitrusten
En schijnbaar alles lukte
Zelfs de zon scheen altijd
Zoals in elke mooie
Herinnering

De dag bestaat nu
Uit stap voor stap
Uit één piek van de dag
Uit doseren
Uit grenzen
Uit één ding tegelijk
Uit onverklaarbaar moe
En uit kijken naar de wereld
Die langs me heen
Doordendert

Onzichtbare opbrekingen
In mijn hoofd
Maken denken vermoeiend
Elk gesprek een marathon
Steeds weer een omleiding
Of gaten in het asfalt
Als in een opgebroken stad
Vind ik moeizaam mijn weg
Maar soms verdwaal ik
Zonder dat iemand het ziet
In mijn eigen straten
En alles loopt vast
Tot ik niet eens meer weet
Wat ik net heb gezegd

Met een brok in mijn keel
Kijk ik naar de restanten
Waar ik het mee moet doen
Toch zie ik her en der
Een boom, een bloem
Een glimlach
Omdat het ook mooi kan zijn
In een opgebroken stad
En je overal kunt komen
Met navigatie.